Geen vlamvorming (na 2 herstarts)
a. geen ontstekingsvonk. Controleer:
- de aansluiting van ontstekingskabel en bougiedop.
- de ontstekingskabel en de elektrode op ‘doorslag’.
- de elektrode-afstand; deze moet 3 à 4 mm zijn.
b. wel ontstekingsvonk, maar geen vlam.Controleer of:
- de gaskraan is geopend.
- de gasvoordruk voldoende is.
- de gasleiding ontlucht is.
- de gasklep wordt bekrachtigd tijdens ontsteken.
- de elektrode juist is gemonteerd.
- er een verstopping/montagefout in de gasleiding zit.
- de gas-/luchtverhouding juist is ingeregeld